Over ons


OUTSIDER KUNST

In De Volkskrant van vandaag (20 februari 2013) wordt juichend gesproken over de museale belangstelling die Outsider kunst heden ten dage ten deel lijkt te vallen. Waarom eigenlijk?

De officiŽle kunstwereld is heerszuchtig. Net als de banken probeert zij haar terrein te verbreden en de winsten daarvan op te strijken. De Outsider kunstenaar wordt op het schild gehesen en aan den volke getoond. De kunsthandelaren en de musea strijken de winst op.

Volgens mij is een dergelijke publieke belangstelling de dood van de Outsider kunst. Een kunstenaar moet met rust gelaten worden, moet zichzelf blijven en ongestoord zijn eigen weg kunnen gaan. Dat geldt voor alle kunst maar zeker voor Outsider kunst, die het vooral moet hebben van wat het innerlijk de kunstenaar beveelt en niet van wat de mode, gedirigeerd door de publieke belangstelling, voorschrijft. Hetgeen wel vaak het geval is bij de officiŽle kunst; maar die heeft het officiŽle kunstdiscours om zich aan vast te houden, vaak ten eigen detrimente. Bespaar dat in godsnaam de Outsider kunst.

VOOR HET ZINGEN DE KERK UIT
Ik ben laat deze zondag. Terwijl ik me sta te scheren klinkt van iets verder de klok van de Willibrorduskerk. Daar heb ik jaren lang gregoriaans gezongen. Ik stopte er mee omdat ik de toon van de preken niet kon verdragen: zelfgenoegzaam,belerend, onverdraagzaam.
Het klokgelui klinkt als het afnemende geluid van een dreinende baby die beseft dat er toch niet naar hem geluisterd wordt: op afstand maar niettemin indringend.

Ik voel een ongemakkelijk heimwee. Wat mis ik dan? Ik mis het zingen, ja, het gregoriaans zingen. Want gregoriaans zingen is anders dan gewoon zingen. Het is ingetogener, straalt hoe dan ook geloof uit, in wat dan ook. Maar wat ik vooral mis is de regelmaat van de kerkgang op zondag (niet voor de kerk maar voor het zingen en voor de mensen). Zoiets geeft orde. Ik kan me voorstellen dat veel 'gelovigen' daarom naar de kerk blijven gaan, ondanks alles. De kerk of liever de regelmatige kerkgang biedt orde in het bestaan. Het lijkt toch of er iemand op je zit te wachten, of je erbij hoort. En daar moet je toch ook wat voor willen doen.  

PIJN EN MOEITE

De huidige economische crisis dwingt tot pijnlijke, onvermijdelijke, maar ook interessante afwegingen. Hoeveel opera- of balletvoorstellingen kunnen wij als samenleving offeren voor ťťn mensenleven? Of omgekeerd: hoeveel mensenlevens is ons een mooie ballet- of operavoorstelling waard?

Het college voor ziekenhuisvoorzieningen stelt voor medicijnen tegen de ziekten van Pompe en Fabry niet meer te vergoeden. De kosten zouden niet meer opwegen tegen de baten, hoe dan ook uitgedrukt. Voor een aantal mensen een doodvonnis.

Je vraagt je dan af: waarom mag eenzelfde afweging niet worden gemaakt door oude mensen van de kosten maar vooral ook de persoonlijke pijn en moeite die het kost om nog in leven te moeten blijven?

Theo Festen

Actueel
Gedichten
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
v.1.0 Beta